Castratie en sterilisatie van je kat
Lees wat sterilisatie of castratie bij je kat inhoudt en hoe we je begeleiden rond de ingreep.

Waarom een kat castreren of steriliseren?
Met castratie of sterilisatie voorkom je ongewenste nestjes. Bij katers kan castratie daarnaast sproeien, vechten en rondzwerven verminderen. Bij poezen stopt de krolsheid en neemt het risico op een baarmoederontsteking af.
Wat is het verschil?
In de dagelijkse praktijk spreken we vaak over een kater castreren en een poes steriliseren. Officieel gaat het bij beide om het verwijderen van de voortplantingsorganen: bij een kater de testikels en bij een poes de eierstokken.
Wanneer laat je je kat helpen?
Kittens kunnen meestal vanaf ongeveer zes maanden geholpen worden, bij voorkeur vóór de eerste krolsheid of voordat een kater vruchtbaar is. De beste leeftijd hangt af van de gezondheid, het formaat en de leefsituatie van je kat. We bespreken dit tijdens de controle.
De operatie en voorbereiding
Voor de ingreep wordt je kat onder narcose gebracht. Een kater heeft een kleine wond; bij een poes wordt via de buik geopereerd. Je kat moet nuchter zijn. We leggen vooraf uit vanaf wanneer je geen eten meer geeft en wat je op de operatiedag meeneemt.
Nazorg thuis
Na de ingreep mag je kat meestal dezelfde dag naar huis. Houd hem of haar rustig en binnen, controleer de wond dagelijks en voorkom likken of bijten met een kraag of medische romper als dat nodig is. Een wond hoort droog en rustig te zijn. Neem contact op bij roodheid, zwelling, vieze geur, bloed of twijfel.
Voeding en herstel
Na castratie of sterilisatie kan de energiebehoefte veranderen. Let daarom op de eetlust en het gewicht van je kat. We geven advies over voeding, beweging en het herstel dat bij jouw kat past.
Persoonlijk advies in Utrecht
Wil je weten wanneer en welke ingreep bij jouw kat past? Plan een afspraak bij 030 Dierenartsen of bel 030 227 17 70.